De traditionele hoogstamboomgaard

Hoogstamboomgaarden vind je meestal op de Haspengouwse hellingen. De vlakke en goed bewerkbare plateaugronden zijn voorbehouden voor de akkerbouw. De warmere naar het zuiden gerichte hellingen zijn het meest geschikt voor fruitproductie. Zon is immers noodzakelijk voor het goed rijpen van het fruit. De fruitbomen worden bij voorkeur in noord-zuid georiënteerde rijen geplant, met ruime afstand (ongeveer 12 x 12 m) zodat er voldoende gras onder kan groeien om het vee te laten grazen.

Hoogstamfruitbomen worden traditioneel gesnoeid: een ware kunst, bedoeld om de opbrengst te vergroten en het plukken te vergemakkelijken. Bij jonge bomen vindt eerst vormsnoei plaats. De stam wordt over een hoogte van 1,8 à 2 m takvrij gemaakt zodat het fruit buiten het bereik van het vee blijft. De kruin wordt vakkundig gesnoeid om meer licht en lucht in de bomen te brengen: licht om de vruchten goed te laten rijpen en lucht zodat de bomen na regen snel drogen en de kans op schimmelinfecties verkleint. De vormsnoei geeft hoogstamboomgaarden hun karakteristieke vorm: perenbomen zijn lang en driehoekig, terwijl appelbomen eerder een ronde vorm hebben. Ook na de vormsnoei is regelmatig snoeien noodzakelijk om de aanmaak van vruchthout te stimuleren. Snoeien is eigenlijk kunstmatig verjongen en  jongere takken dragen meer vrucht.

Consumenten zijn veeleisend en fruit is gevoelig. Om het zo goed mogelijke te beschermen tegen slecht weer, richt een fruitteler zijn boomgaard slim in.  Peren, die wat meer kunnen verdragen, bevinden zich vooral aan de buitenzijde en westkant van de boomgaard en beschermen zo de gevoeligere soorten zoals appels en steenfruit centraal in de boomgaard. Een houtkant of populierenrij aan de westzijde van de boomgaard biedt extra bescherming tegen hevige neerslag en wind die meestal uit die hoek te verwachten zijn.

Een veekeringshaag rond de boomgaard verhindert dat het vee ontsnapt. Meestal is dit een meidoornhaag, die met zijn doornige takken een natuurlijke prikkeldraad vormt. Soms is de haag echter een waar kunstwerk van gevlochten kornoelje: een voorloper van de moderne Bekaertdraad. Een metalen hek of barrier verschaft toegang tot de boomgaard. En die boomgaard is dus meer dan enkel de fruitbomen. In een traditionele hoogstamboomgaard zijn het weiland met vee, de omringende haag, de beschermende houtkant en het toegangshek even belangrijke onderdelen. 

Een echte traditionele hoogstamboomgaard met alles erop en eraan is tegenwoordig een zeldzaamheid. Vaak bleven in het landschap alleen restanten bewaard. Een aantal van die hoogstamboomgaarden en hun geschiedenis kan je ontdekken op de inventaris van het onroerend erfgoed in Vlaanderen.