Hoogstamboomgaarden in het Haspengouwse landschap

 

Jonas Claes interviewde ongeveer 20 inwoners uit de omgeving van Sint-Truiden. We laten hen hier aan het woord. De opgenomen cursieve tekst is een neerslag van de afgenomen interviews en weerspiegelt de meningen van de deelnemers. Deze zijn soms verdeeld. Deze samenvattende tekst geeft een overzicht van een aantal terugkerende en opmerkelijke vaststellingen en opvattingen. Een volledig overzicht is opgenomen in het eindwerk.

Het Haspengouwse landschap

Haspengouw, dat zijn glooiingen en vergezichten, akkerbouw en fruitteelt, bloesems en ook … hoogstamboomgaarden. Maar het landschap is erg veranderd. Het aantal hoogstamboomgaarden is sterk verminderd. En het landschap blijft in beweging. De fruitteelt wordt steeds intensiever, met hagelnetten en overkappingen als meest recent fenomeen. Hoogstamboomgaarden worden vervangen door laagstamboomgaarden of liggen er verwaarloosd bij. De landbouwpercelen worden groter. En de bebouwing in de dorpen breidt sterk uit. Dat zijn geen al te positieve ontwikkelingen. Hoogstamboomgaarden zijn mooier dan ‘plantages’ en overkappingen zijn moeilijk te verzoenen met het toerisme. Maar intensivering en overkappingen zijn vaak wel nodig om de fruitteelt leefbaar te houden. Gelukkig zijn er ook positieve ontwikkelingen in het landschap: de afgelopen jaren neemt het aantal hagen weer toe. Hier huizen nuttige dieren voor de professionele fruitteelt en de hagen bufferen de verspreiding van sproeistoffen. Dankzij nieuwe machines zijn ze ook weer makkelijker te onderhouden.

Waardering van hoogstamboomgaarden

Hoogstamboomgaarden zijn prachtig mooi en hebben een belangrijke natuurwaarde.

Maar ‘hoogstamboomgaarden’ dat is ook een deel van ons agrarisch verleden en onze fruitcultuur. Dat zijn oude rassen en variëteiten. Dat is een belangrijk element in ons landschap. En soms is het een erfstuk dat al generaties lang in de familie zit en aangeplant werd door een geliefde voorouder.

Met andere woorden: hoogstamboomgaarden zijn (landschappelijk) erfgoed, maar zo noemen de deelnemers dat niet. Bij het woord ‘erfgoed’ denken mensen toch nog spontaan aan monumenten. Dat ook hoogstamboomgaarden erfgoed zijn, legde Yves Seghers uit in zijn lezing op de trefdag voor hoogstamboomgaarden.

Het verdwijnen van hoogstamboomgaarden

Het verdwijnen van hoogstamboomgaarden is een feit. Jaar na jaar blijft het aantal hoogstamboomgaarden achteruitgaan. De Europese rooipremies en de ruilverkavelingen uit de jaren 1960-1970 hebben hier geen goed aan gedaan. Toen is het snel bergafwaarts gegaan. En de laagstamteelt werd voor professionele telers veel interessanter. Voor hen is het vervangen van hoogstam door laagstam een natuurlijk proces.

In de jaren 1990 veranderde de btw-wetgeving. Toen was het voor amateur(hoogstam)telers niet meer interessant om dit als bijverdienste uit te voeren. Bovendien begonnen in die periode veilingen ook hoogstamfruit te weigeren. Hoogstamboomgaarden houden om geld te verdienen zat er niet meer in. Veel (amateur)telers haakten af.

Die hoogstamboomgaarden staan nu te verkommeren. Er is meer fruit dan de eigenaars op kunnen, en het overschot vindt niet zijn weg naar de markt. Door stormschade en ouderdom verdwijnen meer en meer bomen uit de hoogstamboomgaard. Die worden niet vervangen want wat heeft het voor zin om te investeren als je er niets meer mee kunt doen en de volgende generatie geen interesse vertoont? Hoogstamboomgaarden onderhouden is bovendien geen makkelijke klus en zeker voor oudere eigenaars geen evidentie. Die verwaarloosde boomgaarden bezorgen een slechte naam aan de hoogstamboomgaarden. Ze worden door de fruittelers met de vinger gewezen als ziekteverspreiders. De overheid laat het allemaal maar gebeuren. Er wordt niet opgetreden tegen verdwijnende fruitbomen en zo blijft het aantal hoogstamboomgaarden afnemen.

Toch houden veel eigenaars vast aan hun hoogstamboomgaard. Ze zijn er emotioneel aan gehecht. Het is familiebezit en het zijn herinneringen. En een oude boomgaard is mooi in het landschap. Dat willen ze graag bewaren. Sommige eigenaars houden hun hoogstamboomgaarden omdat ze bepaalde soorten willen bewaren en omdat ze de natuur in hun boomgaard waarderen. De jongere generatie erfgenamen interesseert zich niet in de hoogstamboomgaarden en heeft ook die emotionele band niet meer. Die verkopen de hoogstamboomgaard, ruimen hem op of zetten iets anders in de plaats. De gronddruk is immers groot.

Overheid en beleid

De actieve eigenaars dunnen stilaan uit. Als de overheid niet ingrijpt, is het binnenkort afgelopen met de hoogstamboomgaarden. De provinciale overheid is daarvoor het meest geschikt: ze staan dicht genoeg bij de regio om het belang van hoogstamboomgaarden in te zien en tegelijkertijd op voldoende afstand van de gemeentes om belangenvermenging te voorkomen. Daarnaast moeten genoeg middelen voor beheer voorzien worden. Bij een regionale instantie, zoals de boomgaardenstichting of het Regionaal Landschap, die het beheer op zich neemt bijvoorbeeld. Als er geen vergoeding tegenover staat gaan niet veel mensen een hoogstamboomgaard willen onderhouden.

Over beschermingen zijn de meningen verdeeld. De ene denkt dat dit de enige oplossing is, volgens de andere heeft dat net een averechts effect en kan de overheid beter stimulerende maatregelen nemen. Het is wel een feit dat een aantal eigenaars hun hoogstamboomgaarden behouden omdat hij beschermd is. Anders was hij al lang weg geweest.

Hoe in de toekomst omgaan met hoogstamboomgaarden?

Hoogstamboomgaarden zijn een meerwaarde in het landschap en voor het toerisme. En dan zijn er de rassen. Niemand kweekt die nog als wij de hoogstamboomgaarden niet in stand houden. Hoogstamboomgaarden moeten dus zeker bewaard blijven. Maar er moet over nagedacht worden hoe dat moet gebeuren. Die oude hoogstamboomgaarden zijn het mooiste natuurlijk, maar misschien moeten we die niet allemaal bewaren. En als we er nieuwe aanplanten moet dat strategisch gebeuren, zodat de overlevingskansen van de boomgaard gegarandeerd zijn. Langs fiets- en wandelroutes bijvoorbeeld.

In de fruitteelt heeft de hoogstamboomgaard geen echte toekomst meer. Maar er zijn er wel kansen: bioboeren tonen een bescheiden interesse. Met zelfplukdagen en belevingsmogelijkheden creëren ze een meerwaarde, ook voor het toerisme. Hoogstamboomgaarden hebben een verscheiden palet aan variëteiten en smaken. Daar kan je iets mee doen. Maar fruit verwerken op kleine schaal is niet gemakkelijk: er zijn veel en strenge regels op het vlak van voedselveiligheid en hygiëne. Dat aanpakken is niet altijd haalbaar en vraagt soms grote investeringen. Werkverbanden tussen kleinere producenten proberen dit probleem aan te pakken.

Subsidies zijn nodig om hoogstamboomgaarden te behouden. Niet alleen voor de aanplant, maar vooral voor het onderhoud. Die subsidies moeten hoog genoeg zijn, en niet enkel voor particulieren. Veel natuurverenigingen doen hun best om hoogstamboomgaarden te bewaren. Die komen nu niet in aanmerking voor subsidies en zonder geld is het onderhoud moeilijk.

Lees hier het volledige rapport.