Hoe gaat het met de hoogstamboomgaarden in Haspengouw en Voeren?

Hoeveel hoogstamboomgaarden zijn er, waar liggen ze en hoe snel gaan ze achteruit? We onderzochten dit op basis van bestaande gegevens. Hoe we dit deden en wat we te weten kwamen, kan je lezen in het rapport ‘Hoogstamboomgaarden in kaart’. Hier vatten we de belangrijkste resultaten uit dit rapport samen. De cijfers die we presenteren zijn een ruwe inschatting van de werkelijkheid. Om de juiste aantallen, oppervlakte en toestand van de hoogstamboomgaarden te kennen, zijn terreininventarisaties nodig. Wil je mee helpen de hoogstamboomgaarden in kaart te brengen? Dan kan je dat hier.

De hoogstamboomgaarden in Haspengouw en Voeren verdwijnen aan een snel tempo

Er zijn nog ruim 6000 hoogstamboomgaarden in Haspengouw, samen goed voor ongeveer 3840 ha. Dat is circa 4,4% van het grondoppervlak van Haspengouw en Voeren. De meeste hoogstamboomgaarden zijn eerder klein en hebben een oppervlakte van tussen de 10 en 50 are. De grootste concentratie vinden we in het centrum van Haspengouw  en in Voeren (zie figuur 1). Dat is niet verwonderlijk, want dit waren de gemeenten waar de hoogstamfruittteelt vroeger hoogtij vierde. In het noorden van Haspengouw is de grond armer en zandiger en dus minder geschikt voor de fruitteelt. Daarom komen hier veel minder hoogstamboomgaarden voor dan in de rest van de regio.

Figuur 1: Oppervlakte hoogstamboomgaarden per gemeente (procentueel ten opzichte van de totale oppervlakte van de gemeente)

In vochtig Haspengouw (noorden) komen de, overwegend kleine, hoogstamboomgaarden heel verspreid in het landschap voor. In droog Haspengouw (zuiden), bevinden de hoogstamboomgaarden zich vooral rondom de dorpskernen en vormen ze vaker grotere aaneensluitende gehelen.

3840 ha lijkt veel, maar sinds 1846, de eerste keer dat het oppervlakte hoogstamboomgaarden in de regio geteld werd, zijn er nog nooit zo weinig hoogstamboomgaarden geweest als nu. En hun oppervlakte blijft dalen. De afgelopen 20 jaar verdwenen er wekelijks 1 à 2,5 ha. Als de hoogstamboomgaarden aan dit tempo uit het landschap blijven verdwijnen, zijn ze binnen 75 jaar volledig weg. Tijd dus om actie te ondernemen. Maar waar moeten we vooral op inzetten? Wat zijn belangrijke bedreigingen van het resterende hoogstamboomgaardenbestand? Ook daar probeerden we in dit onderzoek een eerste zicht op te krijgen.

Slechts een klein gedeelte van de hoogstamboomgaarden is beschermd

De overheid probeert op verschillende manieren het hoogstamboomgaardenlandschap te bewaren. Ongeveer 11 % van het oppervlakte hoogstamboomgaarden is beschermd als monument, landschap of stads- of dorpsgezicht. Dit verplicht eigenaars om deze typische cultuurhistorische landschapselementen in stand te houden. De natuurwetgeving maakt het kappen van hoogstamboomgaarden in openruimtegebieden vergunningsplichtig. De overheid legt bij het afleveren van een vergunning vaak een heraanplant op om het hoogstamboomgaardenlandschap in stand te houden. De overheid heeft echter geen impact op niet beschermde hoogstamboomgaarden die geleidelijk aan verdwijnen omdat bomen omwaaien tijdens een storm of afsterven door ziekte, droogte of wateroverlast. Veel van de resterende hoogstamboomgaarden zijn al oud en daarom gevoeliger voor uitval van bomen.

Hoogstamboomgaarden zijn nog steeds grotendeels landbouwgronden

Meer dan drie kwart van de hoogstamboomgaarden ligt in landbouwgebied. Iets meer dan de helft van de hoogstamboomgaarden wordt ook nog effectief door landbouwers gebruikt. Het zijn vooral veeboeren, die de hoogstamboomgaarden gebruiken om hun koeien te laten grazen.

De bomen zijn voor deze landbouwbedrijven eerder een last: het onderhoud kost handenvol tijd en geld en het fruit brengt nauwelijks op. Logisch dus dat veel boeren niet meer willen investeren in hun hoogstamboomgaarden en dat deze geleidelijk verdwijnen. Dit een halt toeroepen en deze eigenaars ondersteunen kan een groot effect hebben op het bestaande hoogstamboomgaardenbestand. Daarom peilden we via interviews met landbouwers naar de voordelen en nadelen van hoogstamboomgaarden voor deze groep en mogelijke oplossingen voor de knelpunten die zij ervaren. De resultaten van dat onderzoek kan je hier lezen.

Verstedelijkingsdruk bedreigt hoogstamboomgaarden

Hoogstamboomgaarden vormden vroeger vaak boomgaardengordels rondom de dorpskernen. De ligging nabij de bebouwde omgeving zorgt voor een aangename woon- en leefomgeving, maar heeft ook als gevolg dat ongeveer 13% van de resterende hoogstamboomgaarden in een harde bestemming zoals woon(uitbreidings)gebied ligt. In steden als Sint-Truiden en Tongeren is dit zelfs nog meer, namelijk bijna 20%. Toenemende verstedelijking en de bebouwingsdruk zorgt dat deze hoogstamboomgaarden verdwijnen ten voordele van nieuwe ontwikkelingen.