Een uniek cultuurhistorisch landschap

Haspengouw en Voeren is het best bewaarde voorbeeld van een traditionele fruitregio in Vlaanderen. Een lange evolutie leidde tot het ontstaan van dit landschap, maar het landschap blijft veranderen en nu dreigen de hoogstamboomgaarden stilaan te verdwijnen.

Al van oudsher maakt een (kleine) boomgaard deel uit van het boerenbedrijf. De fruitweide, meestal vlakbij de boerderij gelegen, wordt gebruikt als graasplaats voor het vee. Daarnaast is het fruit voor de boerenfamilie een welkome aanvulling op het dagelijkse menu. Een mix van soorten en variëteiten in de boomgaarden, van vroege kersen tot late appels, zorgen van eind mei tot november voor vers fruit.

Het is pas op het einde van de 19de eeuw, na het uitbreken van een graancrisis en dankzij aanmoediging door de overheid, dat de commerciële fruitteelt op gang komt. Veel boeren schakelen om van akkerteelt naar veeteelt, in combinatie met fruitproductie. Rondom de dorpskernen ontstaan zo de karakteristieke gordels van hoogstamboomgaarden en Haspengouw groeit uit tot een echte fruitstreek.

Rond 1930 bereikt het aantal hoogstamboomgaarden zijn hoogtepunt en zijn ze een dominant kenmerk in het Haspengouwse landschap. In deze weideboomgaarden gaan fruit- en veeteelt nog altijd hand in hand, maar de fruitproductie gebeurt ondertussen veel professioneler: fruittelers planten nog maar een beperkt aantal soorten en rassen die voor een hoge opbrengst zorgen en geschikt zijn voor de markt. Ze volgen de bomen ook nauw op en snoeien regelmatig om zoveel mogelijk fruit te produceren.

De fruitteelt blijft zoeken naar technieken om de opbrengst te vergroten en de pluk, die heel arbeidsintensief en gevaarlijk is, te vergemakkelijken. Zo ontstaat de laagstamfruitteelt: fruitbomen die van bij de grond vertakken. Deze nieuwe teelt zorgt voor een snellere en grotere opbrengst en is bovendien makkelijker te onderhouden en te plukken. Vanaf 1930 worden de hoogstamboomgaarden dan ook stilaan vervangen door de nieuwe laagstamboomgaarden.

Vanaf 1970, wanneer weer een landbouwcrisis toeslaat en Europa premies geeft om hoogstamboomgaarden te rooien, daalt het aantal hoogstamboomgaarden spectaculair. Dit betekent een hele verandering voor het Haspengouwse landschap. Door de landbouwintensivering, maar ook door de toenemende verstedelijking, blijft het aantal hoogstamboomgaarden verder dalen en de overblijvende boomgaarden worden vaak verwaarloosd. 

Verandering van de hoogstamboomgaard: links: 1970, rechts: nu 1970                                                                            Nu  

Op de website van het Centrum voor Agrarische Geschiedenis kan je meer lezen over het ontstaan, de evolutie en het gebruik van hoogstamboomgaarden. Je leert er alles over de Belgische fruitteelt, de appelteelt en de productie van Loonse stroop.

Hoe het vandaag gesteld is met de hoogstamboomgaarden in Haspengouw en Voeren kom je hier te weten.