Een b(l)oeiende leefwereld

De hoogstamboomgaarden in Haspengouw vormen kleine vlekjes natuur in een landbouwlandschap. Deze zijn noodzakelijk voor soorten om te bewegen van het ene naar het andere leefgebied. Daarom worden ze ook wel ‘ecologische stapstenen’ genoemd.

Een traditionele hoogstamboomgaard is opgebouwd uit drie lagen: de hoge fruitbomen, een kruidlaag eronder en een haag die het geheel omringd. Deze variatie zorgt dat veel dieren zich hier thuis voelen.  De hoogstamboomgaard levert voedsel en plekjes om te schuilen. Zo smult de das ’s nachts van het afgevallen fruit. Kleinere zoogdieren als eikelmuizen, spitsmuizen en egels verschuilen zich in de haag die de boomgaard omringt en eten graag een hapje mee. Spechten en steenuilen maken hun nest in de holtes van oude knoestige fruitbomen. Andere vogels, zoals mezen, boomkruipers en torenvalken voelen zich ook prima in hun vel tussen de hoogstamboomgaarden. Maar ook tal van kleinere dieren, zoals insecten, spinnen en mijten, leven in hoogstamboomgaarden. De vele holtes in oude hoogstamfruitbomen vormen een natuurlijk insectenhotel waar vooral solitaire bijen zich thuis voelen. Op oude en dode fruitbomen kunnen wel tientallen verschillende insectensoorten leven waarvan sommige heel zeldzaam zijn. Wist je dat in 2018 er zelfs een nieuwe spinnensoort ontdekt werd in een oude Haspengouwse hoogstamboomgaard? De insecten zijn een geliefd voedsel voor vleermuizen die in de zomer op jacht gaan in de hoogstamboomgaard. Ze houden zich schuil in de holtes van oudere bomen.

Niet enkel de vele dieren maken hoogstamboomgaarden waardevol voor de natuur, maar ook het grasland dat eronder zit. Deze graslanden zijn vaak minder (of niet) bemest waardoor er  meer plantensoorten voorkomen. In sommige hoogstamboomgaarden vind je de zeldzame wasplaten terug, ook wel de orchideeën van de paddenstoelen genoemd omwille van hun mooie kleuren en vormen.

Niet alle hoogstamboomgaarden zijn even rijk aan soorten. Een vuistregel is: hoe meer afwisseling in de boomgaard, hoe meer soorten. Je kan de variatie verhogen door een natuurgericht beheer te voeren, zoals oude en dode bomen laten staan, niet overal maaien zodat een combinatie van hoog en laag gras ontstaat, zorgen voor open plekken, …